E-mail

Internet berichten bekijken

Berichtenketens

Een bericht versturen

Berichten beantwoorden

Berichten doorsturen

Bericht stationery

De weergave van uw mailbox wijzigen

Met spam omgaan

Regels maken voor de automatische afhandeling van mail

Als uw organisatie FirstClass gebruikt als mailsysteem, hebt u een FirstClass mailbox met al uw verzonden en ontvangen privéberichten. Of u FirstClass-mail wel of niet gebruikt, u treft altijd de berichten aan in FirstClass conferences.

Internet berichten bekijken

Als u een bericht ontvangt via het Internet, blokkeert FirstClass de afbeeldingen uit veiligheidsoverwegingen. Om de afbeeldingen weer te geven, kiest u de gele balk.

Om het bericht te openen met de afbeeldingen in een apart tabblad, gebruikt u de knop Bekijk Origineel.

Om de route te bekijken die het bericht heeft afgelegd om bij u te komen, gebruikt u de knop Internet Header.

Berichtenketens

Berichten en de antwoorden erop worden in berichtenketens bewaard. Een berichtenketen bestaat uit een mailtje met alle reacties erop. Het oudste (originele) bericht staat onderaan in de keten, en de meest recente reactie staat bovenaan.

Als u alle berichten hebt gelezen in een keten, worden ze samengevoegd tot een regel die aangeeft hoeveel berichten erin staan en ziet u alleen de laatste reactie . Als een keten zowel ongelezen als gelezen berichten bevat, worden de gelezen berichten samengeklapt en ziet u alleen de ongelezen berichten.

U kunt de berichtenketens in- en uitklappen op dezelfde wijze als u dat doet met objectgroepen in kolommen.

Een bericht versturen

Om een bericht te versturen, kiest u Nieuw Bericht via de knop in uw mailbox of conference, of boven in het MAILBOX deelvenster.

Let op

Afhankelijk van uw ingestelde voorkeuren, zal een extern mailadres door u ingevoerd in de adresbalk toegevoegd worden aan uw contacten. Als u dat niet wenst, zet dan het vinkje uit bij Automatisch contact aanmaken voor externe geadresseerden.

Het berichtenformulier

Het berichtenformulier bestaat uit een bovenste deelvenster (enveloppe), waar u informatie inzet zoals het onderwerp en de naam van de geadresseerde(n), en een onderste deelvenster, waarin u uw tekst tikt en vormgeeft.

Opmerking

Uw spelling wordt gecheckt terwijl u typt. Om een suggestie te zien voor een rood onderlijnd woord , gebruikt u de toets Control(Command)/rechtermuisknop klikken op het woord gebruik de standaardmethode van uw apparaat.

Veld Omschrijving
Icoon Kiezer Het icoontje dat met dit bericht wordt geassocieerd.

Om het icoontje te wijzigen, kiest u het, waarna u er een kiest uit het popup venster. Om meer icoontjes te zien, kiest u Alle Iconen uit het popup menu.
Onderwerp Het onderwerp van het bericht.
Aan De namen van de geadresseerden.

Typ de naam in zoals die voorkomt in de Directory (of typ een Internet e-mail adres) en druk op Tab. Voor namen vanuit de FirstClass Directory, volstaat een deel van de naam (zonder tussenvoegsels als van!) en u drukt op Tab, waarna u de naam aanklikt vanuit de lijst met overeenkomstige namen. Als u een email adres intikt van iemand die in de Directory staat, wordt de naam van de persoon zoals die in de Directory voorkomt getoond. U kunt meerdere namen en adressen toevoegen.

U kunt de naam van een conference intikken op dezelfde wijze als die van een persoon. Als u de mail aanmaakt in een conference, wordt de naam van de conference automatisch ingevuld als eerste geadresseerde.
Cc Geadresseerden die een kopie van het bericht ontvangen.

Om dit veld weer te geven en het Bcc veld, gebruikt u de vrijgaveknop naast Aan.

Voer de namen in op dezelfde wijze als bij Aan.
Bcc Geadresseerden die een blinde kopie ontvangen.

Zij zien niet aan wie het bericht verder werd verzonden, noch zien de anderen de namen van de overige ontvangers van een Bcc. Voer de namen in op dezelfde wijze als bij Aan.
Bijlage Koppelt een bestand dat op uw apparaat staat aan het bericht. Zoek en kies het bestand , of neem een foto.



Om een bestand dat zich op de server bevindt aan het bericht te koppelen (bijvoorbeeld FirstClass document of een geüpload bestand), sleept u het bestand of object in de enveloppe. U kunt deze methode als een sneltoets gebruiken voor bestanden die op uw apparaat staan.


Bij tablets bevindt Bijlage zich in het berichten menu.
Verstuur Verstuurt het bericht en sluit het.
Menu Print drukt het bericht met gebruikmaking van het voor uw toestel gebruikte methode af.

Wissen verwijdert het bericht, als u achteraf besluit het toch niet te versturen.

Als u het bericht wil behouden, maar nog niet wil versturen, sluit u het berichtenformulier. Het wordt bewaard als ontwerp.

Andere menu opties worden hieronder behandeld.

Een ondertekening invoeren

Als u een bericht maakt, kunt u een vooraf ontworpen ondertekening onderaan uw bericht invoegen. Een ondertekening kan uw naam, e-mailadres, functie, wettelijke beperkingen, etc. omvatten.

U kunt handmatig zo'n vooraf ingestelde ondertekening invoegen of FirstClass automatisch er een onder elk bericht laten plaatsen. U kunt meerdere ondertekeningen aanmaken en er een kiezen voor de juiste gelegenheid, klik dan op Bewaar Ondertekening .

Ondertekeningen maken

Om een ondertekening aan te maken kiest u vanuit het applicatiemenu Voorkeuren waarna u gaat naar de sectie Ondertekeningen. Typ een naam voor uw ondertekening bij Ondertekeningsnaam. Als u deze ondertekening wil toevoegen aan al uw mails vergewis u er dan van dat Voeg deze ondertekening aan alle berichten is geselecteerd. Tik daarna u uw ondertekening in en bepaal de vormgeving.

Uw ondertekening wordt direct gemaakt. De inhoud van uw ondertekening wordt na het indrukken van de knop Opslaan in uw Voorkeuren bewaard.

Als u meerdere ondertekeningen wil toevoegen, kiest u de knop Ondertekening Toevoegen , waarna u de ondertekening een naam geeft, deze intikt, vormgeeft en bewaart.

U kunt de ondertekeningen weergeven en bewerken door deze te kiezen bij Ondertekeningsnaam. Als u een ondertekening wil verwijderen, geeft u hem dan weer, waarna u gebruik maakt van de knop Verwijder Ondertekening.

Ondertekeningen invoegen in geselecteerde berichten

Om een ondertekening toe te voegen aan een specifiek nieuw bericht, kiest u de bewerkknop bij Ondertekening en u kiest dan de ondertekening die u wil gebruiken.

Een geluidsopname toevoegen

Als uw apparaat voorzien is van een microfoon, kan FirstClass een gesproken bericht toevoegen (of elke andere geluidopname) en het als MP3 bestand meesturen.

Let op

U kunt ook bestaande MP3, AIFF, GSM-610, en WAV bestanden meesturen. WAV en AIFF bestanden kunnen veel audioformaten omvatten, zoals PCM, ADPCM, IMA-ADPCM, MULaw, en A-LAW.

Om een geluidsopname bij een bericht toe te voegen, kiest u Voice Toevoegen vanuit het berichtenmenu. Er wordt een opnameapparaat getoond in de envelop van het bericht.

Gebruik de knop Record en uw microfoon om op te nemen. Als u klaar bent met de opname klikt u op de knop Stop.

Om uw opname af te luisteren, gebruikt u de knop Play. U kunt de opname pauzeren en het volume wijzigen net als bij andere opname apparaten. U kunt een nieuwe opname maken indien nodig.

Als u tevreden bent met de opname, gebruikt u de knop Voice Recording Toevoegen om de opname als een geluidsbestand aan het bericht te koppelen. Indien u achteraf niet tevreden bent, kunt u de opname verwijderen en een andere toevoegen. U kunt ook meerdere opnames toevoegen.

Prioriteiten voor berichten instellen

Naast de gewone prioriteit, kunt u een bericht dringend maken of het een lage prioriteit meegeven.

Een dringend bericht verschijnt in vette rode letters na het verzenden of na het gelezen te hebben. Het krijgt ook een speciale behandeling onderweg mee.

De speciale behandeling geldt ook voor een bericht met lage prioriteit. Vraag bij uw administrator of het toekennen van een lage prioriteit effect heeft in uw organisatie.

U stelt de prioriteit in bij een geopend nog niet verzonden bericht.

Om Kies
een bericht dringend te maken Priority > Prioriteit Dringend
een bericht een lage prioriteit toe te kennen Priority > Prioriteit Bulk

Instellen van ontvangstopties

Berichtbevestiging opties:

Beperking

Deze opties werken niet met alle mailsystemen.

U stelt de ontvangstopties in bij het menu van een geopend niet verzonden bericht.

Om Kies
een bericht te ontvangen dat uw mail gelezen is

Voor een bericht dat verzonden is aan een conference, krijgt u een melding van elke keer dat het bericht door iemand gelezen is.

Deze optie werkt niet als iemand de rode stip voor het ongelezen bericht uitzet voor het bericht te openen.
Ontvangstbevestiging > Ontvangst bij Lezen
een bericht te ontvangen dat uw mail is afgeleverd Ontvangstbevestiging > Ontvangst bij Aflevering
een bericht te ontvangen elke keer dat uw mail is afgeleverd bij een andere server Ontvangstbevestiging > Ontvangst bij Routering
berichten te voorkomen met een niet afleveringsmelding (NDN) Ontvangstbevestiging > onderdruk NDN

Wat gebeurt er als u een bericht verstuurt

Als u een bericht verstuurt, wordt slechts één bericht daadwerkelijk gemaakt. Het wordt bewaard op de server en uw geadresseerden ontvangen een link ernaar toe.

U kunt de eigenschappen van uw eigen link wijzigen (bijvoorbeeld om het onderwerp te wijzigen), en u kunt hem zelfs verwijderen, zonder dat dit effect heeft op de link van de andere geadresseerden. Het origineel blijft op de server staan totdat alle ontvangers de link ernaar toe hebben verwijderd, of totdat de verloopdatum is bereikt.

Dat houdt in dat als u een bericht stuurt naar een conference en dat bericht daarna wil verwijderen, u eerst de verzending ongedaan moet maken.

Verzending ongedaan maken van berichten

Onder bepaalde omstandigheden kunt u de verzending van een bericht ongedaan maken. Dit doet het bericht verdwijnen uit de FirstClass mailboxen van mensen en conferences. Het blijft in uw eigen mailbox staan als onverzonden bericht. Daar kunt u het naar wens verwijderen, bewerken en weer verzenden. Wees ervan vergewist dat het bericht al kan zijn gelezen door sommigen voordat u de verzending ongedaan maakte.

Opmerkingen

U kunt de verzending niet ongedaan maken van berichten die verstuurd zijn via het Internet of een gateway, of die door de geadresseerde zijn verplaatst of verwijderd.

In de meeste gevallen kunt u berichten die vanuit een conference zijn verzonden niet ongedaan maken. U moet dan naar uw eigen mailbox gaan om de handeling te verrichten.

Om de verzending van een bericht ongedaan te maken, selecteert u het bericht en kiest u Verzending ongedaan maken vanuit het menu, of u opent het en u klikt op de knop Verzending ongedaan maken.

Berichten beantwoorden

Berichten beantwoorden, met de originele tekst als citaat toegevoegd, doet u door het bericht te openen waarna u klikt op de knop Antwoorden met citaat. het antwoord wordt verzonden naar de door u in uw voorkeuren vastgestelde ontvangers.

Tip

Als u slechts een deel van de tekst wenst te citeren, selecteert u dat tekstgedeelte, en daarna kiest u Antwoorden met citaat.

Om een menu te openen met andere antwoordopties, kiest u de pijl Antwoord Opties naast de knop Antwoord:

Een antwoordbericht is vooraf geadresseerd en heeft hetzelfde onderwerp als het origineel waarop u antwoordt. Deze informatie kunt u te allen tijde bewerken.

Tik uw antwoord in het onderste deelvenster en verstuur daarna het bericht.

Let op

Afhankelijk van uw ingestelde voorkeuren, zal een contact buiten uw organisatie automatisch in uw contacten folder worden aangemaakt. Als u dat niet wenst, zet dan het vinkje uit bij Automatisch een contact aanmaken voor externe geadresseerden in uw voorkeuren.

Verander uw standaard antwoord ontvangers

Als u Antwoord kiest om een bericht te beantwoorden, zal FirstClass uw standaard ingestelde ontvangers gebruiken om het bericht te adresseren. De standaard kunt u in uw voorkeuren aanpassen.

Uitzondering

Antwoorden op berichten verzonden vanuit een conference hebben de conference altijd als standaard ontvangadres.

Om de standaard te veranderen kiest u vanuit het applicatiemenu Voorkeuren en daarna gaat u naar de sectie Berichtgeving, daarna bewerkt u het veld Antwoordvoorkeur:

Deze optie Doet dit
Automatisch De afzender komt in het Adresveld en alle andere geadresseerden komen in het Cc veld, of deze instelling gebruikt de antwoord voorkeursinstelling voor de gebruikersgroep waartoe u behoort.
Antwoord Allen Beantwoordt de mail aan de afzender en alle geadresseerden.
Antwoord Afzender Stuurt het antwoord alleen aan de afzender van de mail.

Automatisch antwoorden

Als uw organisatie FirstClass als e-mailapplicatie gebruikt, kunt u FirstClass automatisch een antwoord laten sturen. Dit is bijvoorbeeld nuttig om anderen te informeren dat u tijdelijk afwezig bent.

Om dit aan te zetten kiest u vanuit het applicatiemenu Voorkeuren en daarna gaat u naar de sectie Berichtgeving, waarna u de velden bijwerkt onder Automatisch antwoorden naar.

Dit veld Doet dit
Lokale mail Kies Nee als u geen automatische mail wil sturen aan anderen die aan de FirstClass server zijn verbonden.

Ja genereert een antwoord voor alle lokale mail.

Alleen Dringend genereert alleen een antwoord op lokale mail die door de afzenders voorzien zijn van het kenmerk dringend.
Internet mail Kies Nee als u geen automatische mail wil sturen aan anderen die met het Internet zijn verbonden.

Ja genereert een antwoord voor alle Internet mail.

Alleen Dringend genereert alleen een antwoord op Internet mail die door de afzenders voorzien zijn van het kenmerk dringend. Wees voorzichtig met het automatisch beantwoorden van Internet mail. Spammailers zoeken vaak op deze manier naar geldige e-mail adressen.
Antwoord tekst De tekst die u in uw automatische antwoord wenst.

Berichten doorsturen

Om berichten door te sturen aan een ander, opent u het bericht, waarna u kiest voor Doorsturen. Een doorgestuurd bericht bevat de volledige tekst van het origineel in het onderste deelvenster. U kunt ook nog eigen tekst toevoegen. Bewerk de enveloppe naar wens.

Berichten automatisch doorsturen

Als uw organisatie FirstClass als e-mailapplicatie gebruikt, kunt u FirstClass automatisch berichten laten doorsturen. Dit is bijvoorbeeld nuttig om bij tijdelijke afwezigheid uw mail door een collega wil laten beantwoorden.

Om automatisch doorsturen aan te zetten, kiest u vanuit het applicatiemenu Voorkeuren en daarna gaat u naar de sectie Berichtgeving, waarna u de velden bijwerkt onder Automatisch doorsturen.

Dit veld Doet dit
Lokale mail Kies Nee als u niet wil dat mail van gebruikers van uw server wordt doorgestuurd.

Ja stuurt alle lokale mail door.

Alleen Dringend stuurt alleen lokale mail door die door de afzender als dringend is gekenmerkt.
Internet mail Kies Nee als u niet wil dat Internetmail wordt doorgestuurd.

Ja Stuurt alle Internetmail door.

Alleen Dringend stuurt alleen Internetmail door die door de afzender als dringend is gekenmerkt.

Als u berichten van een geautomatiseerde listserver ontvangt, wees dan voorzichtig met het doorsturen van Internetmail. Elk bericht dat u van de listserver ontvangt zal worden doorgestuurd.
Voice/fax mail Kies Nee als u geen voicemail en faxen wil doorsturen.

Ja stuurt alle voicemail en faxen door.

Alleen Dringend stuurt alleen als dringend gekenmerkte voicemail en faxen door.
Methode Doorsturen vanaf de oorsprong toont de originele afzender van het bericht als de afzender van het doorgestuurde bericht. De oorspronkelijke lijst met geadresseerden blijft alleen voor informatiedoeleinden behouden. Doorsturen voorziet hen niet van een kopie van de mail.

Doorsturen toont u als afzender van het bericht. De nieuwe lijst met geadresseerden vervangt de oorspronkelijke. Dit is hetzelfde als het handmatig doorsturen van een bericht.
Doorsturen naar Het e-mailadres waar naartoe u de mail simpelweg wil doorsturen of wil doorsturen vanaf de oorsprong.

Berichten stationery

Uw administrator kan gedeeltelijk ingevulde berichten plaatsen als stationery. Een stationery bevat vaak informatie als het adres van de ontvanger. Afhankelijk van hoe uw administrator dit heeft ingesteld, zal u meestal niet in staat zijn deze informatie te wijzigen.

U treft een stationery voor een container aan in de fly-out Vastgezet. Kies deze om hem te gebruiken. het werkt als een blocnote; u "scheurt een velletje eraf" en vult de rest in.

Als u veel berichten verstuurt naar dezelfde ontvanger, of met dezelfde inhoud, dan kunt u een persoonlijke stationary maken, die op dezelfde manier werkt.

Om een stationery te maken, kiest u de knop Nieuw bericht in een container, precies zoals u daar altijd een bericht maakt. Vul de informatie in die u in uw stationary wil hebben, daarna sluit u het bericht, zonder het te verzenden. In uw mailbox, kiest u vanuit het menu bij het niet verzonden bericht Eigenschappen, daarna vinkt u Stationery aan. het bericht wordt geconverteerd tot een stationary en verplaatst naar de fly-out Vastgezet.

Let op

Als u anderen uw stationery wil laten bewerken, plaats deze dan in een container waar de anderen toegang toe hebben.

Aanpassen van een stationery

Als u uw stationery wil aanpassen, kiest u Eigenschappen vanuit het menu en ontvink het vakje bij Stationery. De stationery gaat weer terug naar een niet verzonden bericht en verschijnt in de lijst van uw mailbox.

U kunt het bericht nu openene en aanpassen. Als u gereed bent, vinkt u de eigenschap Stationery weer aan.

De weergave van uw mailbox wijzigen

Door gebruik te maken van uw mailbox menu, kunt u een lijst inzien van de volgende objecten:

Om alle items weer te geven, Toon Alles.

U kunt meerdere items op het scherm tonen in kolomweergave, door te kiezen voor Lijstweergave.

Met spam omgaan

U kan FirstClass vertellen om mail die door FirstClass als spam wordt beschouwd te accepteren of te verwijderen. Om dat te doen kiest u Voorkeuren vanuit het applicatiemenu, waarna u naar de sectie Berichtgeving gaat. Kies de voor u juiste optie bij Junk mail afhandeling.

U kunt ook regels maken om uw mail automatisch af te handelen, zoals hieronder wordt beschreven.

Regels maken voor de automatische afhandeling van mail

E-mailregels vertellen FirstClass hoe zowel verzonden als ontvangen berichten worden verwerkt. U kunt regels instellen voor uw postvak en conferences (als u gemachtigd bent om dit te doen in een conference). Uw postvak kan bijvoorbeeld regels hebben om

Hoe de volgorde van regels hun gedrag bepaalt

Als u mailregels opstelt, worden ze weergegeven in de Regelsfolder van uw mailbox of conference. De volgorde waarop ze in die map staan, bepaalt hoe ze samenwerken.

FirstClass speelt de regels af in de volgorde waarin ze in de regelsmap staan, van boven naar beneden. Dat betekent dat uitzonderingen op een regel voor de regel moeten staan.

Bijvoorbeeld, als u een regel hebt gedefinieerd waarmee alle Internetmail in een container voor vermeende spam zet, maar berichten van diverse vertrouwde Internet-adressen rechtstreeks naar uw mailbox wilt laten gaan, moet u alle regels die met betrekking op de vertrouwde adressen vóór de algemene regel voor verwijzing naar de spamfolder plaatsen.

Om de regelvolgorde te wijzigen, sleept u ze naar de juiste plek.

Regels maken voor ontvangen mail

Om een regel te maken voor ontvangen mail in uw mailbox of een conference, kiest u Regels vanuit het menu. De Regelsfolder van de container wordt geopend.

Gebruik de knop Nieuwe ontvangstregel en bewerk het formulier.

het formulier voor ontvangen mail

Veld Omschrijving
Naam De naam die u de regel wil geven.
Ingeschakeld Zorgt ervoor dat de regel wordt toegepast op elke ontvangen mail in de container.
Als De voorwaarde waaraan binnenkomende e-mail moet voldoen voordat deze regel de mail op de manier afhandelt waarop die u bij Dan heeft opgegeven.

Afhankelijk van uw keuze in het eerste veld, kunnen de extra velden worden weergegeven. Vul alle weergegeven velden in om uw voorwaarden gestalte te geven.

Waar u een woordgroep (bijvoorbeeld, namen of onderwerpen) kunt typen, kijkt FirstClass naar de hele zin, niet naar elke afzonderlijk woord in de zin. U kunt zowel grote als kleine letters intypen.

Hier zijn enkele termen die niet vanzelfsprekend zijn:
----
betekent dat er geen voorwaarden zijn.
altijd
betekent dat deze regel wordt toegepast op alle binnenkomende mail in deze container.
binnen/niet binnen
stelt u in staat een tijdsperiode te kiezen, tik het aantal dagen in, of tik een waarde in, zoals 1w 3d 4h.
groep
is een gebruikersgroep zoals die is ingesteld door uw administrator.
grootte
inclusief eventuele bijlagen.
spamniveau
geeft aan hoe waarschijnlijk dit bericht een spambericht is. Het niveau wordt automatisch ingesteld voor alle inkomende berichten van Internet. U kunt kiezen voor Laag (hoogstwaarschijnlijk geen spam), Medium, of Hoog (zeer waarschijnlijk spam), of u tikt een getal in (hoe hoger, hoe waarschijnlijker het om een spambericht gaat). Neem contact op met uw beheerder om te weten welke waarden voor uw systeem gelden.
Dan De actie die moet worden uitgevoerd wanneer de inkomende mail voldoet aan de voorwaarden die u hebt opgegeven bij Als.

Afhankelijk van uw keuze in het eerste veld, kunnen extra velden worden weergegeven. Vul alle weergegeven velden in om uw actie te kunnen uitvoeren.

Hier zijn sommige acties die niet vanzelfsprekend kunnen zijn:
----
betekent dat er niets wordt gedaan.
Automatisch beantwoorden met vaste tekst
verplicht u tot het intikken van een antwoordtekst. U kunt een onderwerp prefix ingeven bij het veld prefix.
Automatisch beantwoorden met voorkeuren autoreply tekst
betekent dat het antwoordbericht de autoreply tekst die is opgegeven in uw voorkeuren zal gebruiken.
Stil verwijderen
verwijdert de mail zonder het de afzender te laten weten. Dit is handig bij Internetspam waarbij u niet wil dat de afzender te weten komt dat het een geldig e-mailadres betreft.
Bestand in folder
zorgt ervoor dat uw mail in een subcontainer binnen deze container wordt opgeslagen.
Verwerp
verwijdert de mail en stuurt de afzender een NDN (melding dat de mail niet is afgeleverd).
Stel verloopperiode in
laat u aangeven wanneer de mail klaar is om door FirstClass automatisch verwijderd te worden. kies een tijdperiode, tik het aantal dagen, of voer een waarde in als 1w 3d 4h.
Voorbeeld

Als de afzender overeenkomt met joespammer@bugthem.com
Dan Stil verwijderen

Deze regel verwijdert elke mail van joespammer@bugthem.com, en geeft hem geen informatie over uw mailadres.

Mailregels maken voor te verzenden mail

Let op

Deze regels zijn alleen van invloed op de kopieën van verzonden email die in uw postvak blijven (de lokale kopieën).

Om een regel te maken voor mail die u verstuurt, kiest u Regels vanuit het menu van uw mailbox. De folder Regels van uw mailbox wordt geopend.

Kies Nieuwe Verzendregel vanuit het dropdown menu van de knop Nieuw en bewerk het verzendregel formulier.

Het verzendregel formulier

Veld Omschrijving
Naam De naam die u de regel wil geven.
Ingeschakeld Zorgt ervoor dat de regel wordt toegepast op elke verzonden mail in de container.
Als De voorwaarde waaraan te verzenden e-mail moet voldoen voordat deze regel de mail op de manier afhandelt waarop die u bij Dan heeft opgegeven.

Afhankelijk van uw keuze in het eerste veld, kunnen de extra velden worden weergegeven. Vul alle weergegeven velden in om uw voorwaarden gestalte te geven.

Waar u een woordgroep (bijvoorbeeld, namen of onderwerpen) kunt typen, kijkt FirstClass naar de hele zin, niet naar elke afzonderlijk woord in de zin. U kunt zowel grote als kleine letters intypen.

Hier zijn enkele termen die niet vanzelfsprekend zijn:
----
betekent dat er geen voorwaarden zijn.
altijd
betekent dat deze regel wordt toegepast op alle binnenkomende mail in deze container.
binnen/niet binnen
stelt u in staat een tijdsperiode te kiezen, tik het aantal dagen in, of tik een waarde in, zoals 1w 3d 4h.
groep
is een gebruikersgroep zoals die is ingesteld door uw administrator.
grootte
Dan De actie die moet worden uitgevoerd wanneer de te verzenden mail voldoet aan de voorwaarden die u hebt opgegeven bij Als.

Afhankelijk van uw keuze in het eerste veld, kunnen extra velden worden weergegeven. Vul alle weergegeven velden in om uw actie te kunnen uitvoeren.

Hier zijn sommige acties die niet vanzelfsprekend kunnen zijn:
----
betekent dat er niets wordt gedaan.
Sla lokale kopie op in
verplaatst lokale kopieën van verzonden mail op in een subcontainer van uw mailbox.
Stel de verlooptijd in van lokale kopieën
stelt u in staat aan te geven wanneer FirstClass de berichten automatisch moet verwijderen. Kies een tijdsperiode, tik het aantal dagen in, of tik een waarde in als 1w 3d 4h.
Voorbeeld

Als Het onderwerp bevat budget
Sla dan alle lokale kopieën op in Budgetten

Deze regel zal lokale kopieën van verzonden berichten met het woord "budget" in het onderwerp verplaatsen naar een subcontainer in uw postbus met de naam Budgetten.

Geavanceerde regels maken

Let op

Het maken van een goed functionerende geavanceerde e-mailregel kan complexer zijn dan het maken van basale ontvangst- of verzendregels. Om die reden is het raadzaam dat u geen geavanceerde regels creëert, tenzij u denkt dat u een goede kennis van e-mailregels bezit.

Als het formulier voor ontvangst- of verzendregels niet de door u gewenste acties of voorwaarden dekken, kunt u een geavanceerde mailregel maken. Een geavanceerde mailregel kan slaan op zowel mail die u verstuurt als die u ontvangt en op te verwijderen mail.

Om een geavanceerde mailregel te maken, opent u de regels folder van de container. Kies Nieuwe geavanceerde regel vanuit het dropdownmenu van de knop Nieuw, waarna u het formulier voor de geavanceerde regel invult.

Het formulier voor de geavanceerde regel

Veld Omschrijving
Icoon Picker Het icoon dat met deze regel verbonden is.

Wijzig het icoon net zoals u zou doen met het icoon van een nieuw bericht .
Naam De naam die u deze regel wil geven.
Voeg toe aan de taakbalk Niet van toepassing op FirstClass voor webbrowsers.
Ingeschakeld De regel wordt uitgevoerd elke keer als de gekozen gebeurtenis plaatsvindt.
Wanneer De gekozen gebeurtenis die ervoor zorgt dat de regel wordt uitgevoerd:
Bericht ontvangen
De regel wordt uitgevoerd wanneer e-mail is ontvangen door deze container.
Bericht verzonden
De regel wordt toegepast op uw lokale kopieën wanneer u mail verstuurt.
Item verwijderd
past de regel toe wanneer iemand mail verwijdert. De acties van de regel wordt uitgevoerd voor de actuele verwijdering van het bericht, wat u in staat stelt om de verwijdering te annuleren, de mail naar een folder te verplaatsen, et cetera, in plaats van deze te verwijderen. Als u geen mail wil verwijderen, voegt u de optie Annuleer verwijdering toe na welke andere actie die de regel uitvoert. Uitgezonderd: Als u een object verplaatst naar een subcontainer, zal FirstClass automatisch de verwijdering annuleren.
Handmatig uitvoeren
Niet van toepassing op FirstClass voor webbrowsers.
Als Alles betekent dat aan alle voorwaarden voldaan moet zijn of de regel uit te voeren.

Iedere betekent dat een van uw voorwaarden overeen moet komen voordat actie zal worden ondernomen. Dit kan resulteren in de regel vaker uitgevoerd moet worden.

Bouw uw regel op met voorwaarden, op dezelfde wijze als u zou doen bij een basale ontvangst- of verzendregel. Als u meerdere voorwaarden wenst, gebruikt u de + knop om een nieuwe rij toe te voegen. Door de - knop te gebruiken wordt de gekozen rij gewist.

Hierbij vindt u enige termen en voorwaarden voor geavanceerde regels die wellicht niet vanzelfsprekend zijn:
huidige gebruiker
is degene die iets verricht dat de regel in werking zet.
geschiedenis bevat
activeert de regel wanneer een gespecificeerde actie of persoon in de geschiedenis van de mail voorkomt.
Internet header
activeert deze regel als de Internet header van de mail uw specificaties bevat. Dit kan een standaard Internet header zijn of een die door FirstClass is gegenereerd (X-), waarvoor uw administrator de mogelijke waarden instelt. X-SPAM-Waarschuwing geeft de waarschijnlijkheid weer dat het spam betreft in een alfanumerieke expressie, zoals LAAG. Wij raden het gebruik van een ontvangstregel aan met een spamniveau voorwaarde in plaats van de X-SPAM-Waarschuwing. FirstClass kan de spamniveau voorwaarden efficiënter afhandelen. X-SPAM-Niveau geeft de waarschijnlijkheid weer dat het spam betreft in een getal. X-SPAM-Tests verwijst naar de testen die ervoor zorgen dat dit bericht als spam wordt gekenmerkt. X-RBL-Waarschuwing betekent dat het bericht is verstuurd door een bekende spammer zoals gerapporteerd door een Realtime Blackhole List (RBL). De mogelijke waarden voor de header die u kiest, moet u kennen.
blad
geldt voor elk object dat geen container is.
als de kans is
hier kunt u een waarschijnlijkheid opgeven. De voorwaarde wordt geacht te werken op basis van deze waarschijnlijkheid. Bijvoorbeeld, als de kans 1 op 2 is, is er een kans van 50% dat aan deze voorwaarde zal worden voldaan. Als dit de enige voorwaarde is, betekent dit dat er een kans van 50% is dat deze regel de acties uitvoert.
dan Bouw uw regel op met voorwaarden, op dezelfde wijze als u zou doen bij een basale ontvangst- of verzendregel. Als u meerdere voorwaarden wenst, gebruikt u de + en - knoppen net zoals in de sectie Als.

Hierbij vindt u enige termen en voorwaarden voor geavanceerde regels die wellicht niet vanzelfsprekend zijn:
Genereer een antwoord met bijlage naam
betekent dat het antwoordbericht gebaseerd zal zijn op het object dat als bijlage is gekoppeld aan deze regel. U ziet alleen de naam van een bijlage in dit veld nadat u een object hebt gekoppeld.
Maak een rule log entry
voegt een entry toe aan het log van de regels, met gebruikmaking van de tekst die u in het volgende veld invoert.
Stuur melding
vereist dat de genoemde persoon het ontvangen van meldingen heeft geactiveerd.
Stuur pager bericht
maakt gebruik van uw paging voorwaarden om een doorgestuurd of omgeleid bericht te maken.
Stop uitvoering regel
wordt gebruikt wanneer u andere regels hieronder in de regels-map hebt, en u niet wil dat deze regels berichten voortbrengen die voldoen aan de voorwaarden van deze regel. Als u meerdere acties binnen deze regel heeft gezet, plaats dan deze actie aan het einde van de lijst van acties.
Onderdruk FC notifier
zet de FirstClass meldingen uit voor deze mail.
Zet goedkeuring aan
zorgt ervoor dat de mail goedkeuring behoeft.
Bijlage Dit geldt alleen voor de trigger om een bericht te ontvangen.

Een bijlage kan worden gebruikt als basis voor bepaalde acties. Bijvoorbeeld een antwoord met bijlage maakt gebruik van de tekst, opmaak, ingesloten afbeeldingen, enzovoort, van het gekoppelde object (meestal een bericht of document). Als u geüpload bestand wil insluiten, koppel dat dan eerst aan een bericht of document, waarna u vervolgens het bericht/document aan de regel kan koppelen.

Het regels log

Elke keer dat u een e-mailregel maakt of bewerkt, of de volgorde van de e-mailregels wijzigt, compileert FirstClass de regels voor die container. Dit wordt gedaan om eventuele fouten in de regels op te sporen, zoals bijvoorbeeld de naam van een ontbrekende map. De resultaten van het compileren worden vastgelegd in een logbestand van de regels, dat FirstClass in de regels map van de container plaatst. Zorg ervoor dat eventuele fouten gemeld in het logboek worden gecorrigeerd voordat uw nieuwe of bijgewerkte regel wordt uitgevoerd.

De "kosten" die worden gerapporteerd in het logboek geven een algemene indicatie van hoeveel impact het verwerken van uw regels op uw server zal hebben. Hoe hoger het getal, des te meer serverbronnen u gebruikt. "Kosten" tot aan 25 hebben weinig effect. Boven de 50 hebben de "kosten" een hoge impact, en kan het resulteren in tragere responstijden.

Elke compilatie wordt toegevoegd aan dit log. Als u wil dat FirstClass een nieuw log begint, verwijder dan het oude.